Maandag stop ik echt: Bewuste en onbewuste processen bij roken

Auteur: Dr. Helle Larsen

Dr. Helle Larsen is als Postdoc verbonden aan de Universiteit van Amsterdam bij de afdeling ontwikkelingspsychologie – ADAPT lab. Ze is geïnteresseerd in de sociale en cognitieve onderliggende processen van middelengebruik bij adolescenten en (jong) volwassenen. Daarbij richt ze zich ook op hoe deze kennis gebruikt kan worden om interventies te ontwikkelen en implementeren. Voor versvak.nl schrijft ze over rookverslaving.

Het probleem

Ondanks een daling in het aantal rokers in 2011, is roken in Nederland in 2012 weer toegenomen. Rond 26% van de mensen ouder dan 15 jaar rookt. De meeste rokers weten dat roken ongezond is en dat het op korte termijn slechte adem en gele tanden veroorzaakt en op lange termijn tot ernstige ziektes zoals longkanker en chronische longziektes kan leiden, en toch, paradoxaal genoeg, roken veel mensen door. Soms is er wel de wens om te stoppen:

“Maandag ga ik echt stoppen met roken!” –

De intentie en motivatie zijn er vaak wel, maar in  het dagelijkse leven is stoppen vaak makkelijker gezegd dan gedaan. Vrienden en collega’s bieden sigaretten aan, het lijkt zo gezellig daar buiten met de rest. Na het eten wordt er naar afleiding gezocht en het lukt om van de sigaretten af te blijven tot de eerste feestgelegenheid waar de eerste sigaret toch weer opgestoken wordt. Hoe komt het dat mensen ondanks hun kennis over de slechte kanten van roken en ondanks hun wens tot stoppen, het zo moeilijk vinden om te stoppen met roken? En hoe gebruiken we deze kennis om nieuwe interventies te ontwikkelen?

De rol van onbewuste processen

Roken is niet altijd een bewuste keuze, onbewuste processen zijn ook belangrijk. Wetenschappelijk onderzoek heeft laten zien dat reacties op het zien van sigaretten voor een deel onbewust en moeilijk te beheersen zijn. Zo wordt de aandacht van mensen die roken bijvoorbeeld automatisch getrokken door sigaretten. Het lijkt ook zo te zijn dat mensen die roken een neiging hebben om naar het middel toe te bewegen, er is dus sprake van een automatische actietendens. Als deze actie (richting de sigaret) eenmaal is ingezet, is het vaak moeilijk hem weer te beheersen. Momenteel zijn wij aan het onderzoeken of het mogelijk is om deze automatische neigingen te beïnvloeden (her-trainen) als hulp bij het stoppen met roken.

Training van de onbewuste processen

Het doel van de training is om deze automatische neigingen te verandering zodat de aandacht en actie naar roken niet automatisch geactiveerd worden. De automatische reactie op bijvoorbeeld het zien van rook-gerelateerde objecten zoals een asbak en het zien van iemand die rookt wordt beïnvloed door oefeningen te doen op een computer thuis. Hiervoor is herhaaldelijk oefenen belangrijk. Het trainen van de automatische reactie op roken is als het trainen van de spieren: het vergt regelmatige oefening. Onze ervaring tot nu toe is dat sommige mensen de training saai vinden en veel van hetzelfde, terwijl anderen het juist erg fijn vinden.  Deelnemers die graag willen stoppen met roken krijgen een link – www.impliciet.eu – naar de training (van de Universiteit van Amsterdam). De training kan als op zichzelf staande interventie gezien worden, maar het  kan ook zo zijn dat de training beter werkt in combinatie met andere therapie zoals bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie wat meer op de bewuste processen is gericht. Dit gaan we in de toekomst onderzoeken.

Voor meer informatie over de trainingen: www.impliciet.eu

Door: Dr. Helle LarsenH.Larsen@uva.nl  

  • Referenties:
  • Bradley, B., Field, M., Mogg, K., & De Houwer J. (2004). Attentional and evaluative biases for smoking cues in nicotine dependence: component processes of biases in visual orienting. Behav Pharmacol, 15, 29–36
  • Eberl, C., Wiers, R.W., Pawelczack, S., Rinck, M., Becker, E.S., & Lindenmeyer, J. (2012). Approach bias modification in alcohol dependence: Do clinical effects replicate and for whom does it work best? Developmental Cognitive Neuroscience, 4, 38-51.
  • Wiers CE, Kühn S, Javadi AH, Korucuoglu O, Wiers RW, Walter HGallinat, J. Bermpohl, F. (2013). Automatic approach bias towards smoking cues is present in smokers but not in ex-smokers. Psychopharmacology, 229 (1), 187-197.
  • Watson, P., De Wit, S., Hommel, B., & Wiers, R. W. (2012). Motivational mechanisms and outcome expectancies underlying the approach bias toward addictive substances. Frontiers in psychology3. (gratis te downloaden: http://www.frontiersin.org/Cognition/10.3389/fpsyg.2012.00440/abstract)
  • Wiers, R.W., Eberl, C., Rinck, M., Becker, E.S., & Lindenmeyer, J. (2011). Retraining automatic action tendencies changes alcoholic patients’ approach bias for alcohol and improves treatment outcome. Psychological Science, 22, 490-497. (gratis te downloaden: http://pss.sagepub.com/content/early/2011/03/16/0956797611400615).
  • Wiers, R. W., Gladwin, T. E., Hofmann, W. Salemink, E. & Ridderinkhof, K. R. (2013). Cognitive Bias Modification and Control Training in Addiction and Related Psychopathology: Mechanisms, Clinical Perspectives and Ways Forward. Clinical Psychological Science 1(2), 192-212.

 

Copyright 2013 All rights reserved | Gepubliceerd op 17 oktober 2013