Wat is crisis? Als families niet meer slapen

Auteur: Dr. Lidewyde Berckmoes

Lidewyde Berckmoes werkt met de Universiteit van Amsterdam en UNICEF in Burundi aan onderzoek over intergenerationele transmissie van geweld. Sinds 2007 onderzoekt zij de effecten van cyclisch geweld op het dagelijks leven in Burundi.

Vanaf april stond het dagelijks leven in Bujumbura, de hoofdstad van Burundi, ineens stil: geen markt, scholen gesloten, buurtkiosken door hun voorraden heen, en vanwege gebarricadeerde wegen konden mensen niet naar hun werk. Zelfs bedelaars en straatkinderen wisten niet meer waarheen te gaan. Maar de nachten waren erger dan de dagen, vertelden bewoners mij: ’s nachts sliepen families niet meer. De routines waren verstoord.

Tien jaar geleden begon ik mijn eerste onderzoeksproject over Burundi, een land dat toen net uit een bloedige burgeroorlog kwam. Grote aantallen vluchtelingen keerden langzaam terug naar hun thuisland, onzeker over of de vrede ditmaal stand zou houden. Al sinds de onafhankelijkheid in 1962 kent Burundi cycli van geweld. Acht jaar lang deed ik onderzoek naar de ervaring van jongeren die opgegroeid waren in oorlogstijd in de prille post-conflict periode. Meer recentelijk kijk ik naar de manier waarop opvoeding en onderwijs een rol spelen in het doorbreken of bevorderen van de cyclische patronen van geweld.

In die tien jaren van post-conflict was Burundi niet zonder geweld. Tot in 2008 was er bijvoorbeeld nog een rebellenbeweging actief en rond de vorige verkiezingsperiode, in 2010, liepen de spanningen tussen verschillende politieke partijen hoog op. Mensen spraken over intimidatie, politieke moorden en in de maanden na de eerste verkiezingen hoorden we ’s nachts de granaten vallen in de stad. Maar het dagelijkse leven ging door. De crisis was, zoals Professor Vigh ooit voor Guinea–Bissau beschreef, toch vooral een achtergrond voor het leven van alledag. ‘Crisis and chronicity’ was de titel van zijn artikel: de crisis vormde geen breuk met het alledaagse, maar het constante, dynamische decor voor alledag.

De situatie in Burundi veranderde in april 2015. Toen trad de crisis op de voorgrond. De kandidatuur voor een derde ambtstermijn van de president, een schending van het akkoord dat de vrede had bedwongen, zorgde voor veel ophef. De protesten begonnen vreedzaam, maar de situatie escaleerde al snel. Ruim 100 mensen vonden de dood, meer dan 1.000 oppositieleden werden opgepakt, en tegen de 190.000 mensen vluchtten voor de terreur van de staat en uit angst voor een nieuwe oorlog. Met name in Bujumbura, de hoofdstad van Burundi, was er veel geweld.

In de wijk Nyakabiga vertelde een man me dat hij en zijn kinderen ‘s nachts vele uren doorbrachten op de sofa in de huiskamer. Hij was bang van zijn bed te worden gelicht. Hij Children's shoes 2010_Ruyigi Burundi_Lidewyde Berckmoesprobeerde zijn zoon van 10 gerust te stellen dat hij niet zou worden vermoord. De familie van Alida, iets verder in het noorden van de stad, kleedde zich niet meer uit maar aan voor het slapengaan. De meisjes droegen een broek zodat zij beter konden rennen, als het nodig zou zijn. Iedere keer als iemand uit de buurt op de fluit blies, een teken dat er vreemden waren gesignaleerd, sprongen ze uit bed: moesten ze vluchten, verstoppen of was het vals alarm?

In het huis verbleven ook familieleden uit de naburige wijk waar gezinnen dag en nacht nog meer waren blootgesteld aan geweld. De huizen daar waren niet afgeschermd door muren en poorten. Als er geschoten werd, verdwaalden de kogels op de kleine woonerven. Arnaud woonde daar ook, met zijn moeder en zussen. Zijn broer was toevallig in Kigali, Rwanda, toen het protest begon. Die was plotsklaps vluchteling. Arnaud moest samen met de andere jonge mannen uit zijn straat, soms van amper 16 jaar, deelnemen aan de nachtelijke patrouilles: ‘les rondes de nuit’. De bewoners organiseerden dit zelf om te voorkomen dat er oppositieleden onder hen werden gekidnapt door de geheime dienst of de jeugdmilitie ‘Imbonerakure’.

Inmiddels is het bijna zes maanden geleden dat de crisis aanving. Mondjesmaat hoor ik weer voorzichtig positieve geluiden via telefoon en sociale media. Betekent dit dat de crisis is afgelopen? Alice stuurde me: ‘Ben je terug in Burundi? Iedereen die gevlucht was is terug nu. Hahaha’. De lach op het einde, weet ik inmiddels, verhult een ongemakkelijk gevoel. Als ik het nieuws op Twitter, Facebook en verschillende internetnieuwspagina’s moet geloven echter, is het niet veel veiliger geworden in de hoofdstad. De meeste protesten zijn neergeslagen, maar nog wekelijks vallen er doden, worden er lichamen in de straten gevonden. Misschien zijn de positieve berichtjes niet een teken van het wegebben van de crisis, maar een teken van een nieuw hervonden routine? Crisis is weer het toneel tegen welke achtergrond het dagelijks leven doorspeelt.

 

Voor meer informatie: l.h.berckmoes@uva.nlZie ook:

Youth, Farming and Precarity in Rural Burundi

Dealing with Deceit: Fieldwork Encounters and Lies in Burundi