Zijn stakingen besmettelijk?

Door: Dr. Giedo Jansen, Dr. Roderick Sluiter & Prof. dr. Agnes Akkerman

Giedo Jansen is Universitair Docent aan de Universiteit Twente. Zijn onderzoeksinteresse ligt in de politieke sociologie, electoraal onderzoek, arbeidsmarktongelijkheid  en arbeidsverhoudingen. Momenteel werkt hij op een Veni-beurs van NWO aan een project over de belangenvertegenwoordiging van zzp’ers; Roderick Sluiter is postdoctoraal onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Als zodanig onderzoekt hij arbeidsverhoudingen, en richt zich daarbij op de inspraak van flexibele werknemers; Agnes Akkerman is James Coleman professor of Sustainable Labor Relations aan de Rijksuniversiteit Groningen en onderzoekt de oorzaken en gevolgen van arbeidsconflicten. Zij verwierf in 2016 een Vici beurs van NWO voor haar onderzoek naar de link tussen mondigheid op het werk en politiek gedrag.

Arbeidsstakingen komen vaak voor in golven of cycli en kunnen zich dan als een inktvlek over een land verspreiden. De meest gangbare verklaring hiervoor is dat stakingen het gevolg zijn van conjuncturele golven en de onderhandelingscyclus. Stakingen zouden de ontwikkelingen in vraag en aanbod op de markt, en de daarmee gepaard gaande veranderingen in werkgelegenheid volgen. Uiteraard is de kans op een staking ook groter wanneer collectieve arbeidsovereenkomsten aflopen en er over n1913_Rochester_Garment_Workers_Strikeieuwe wordt onderhandeld. Een andere verklaring voor stakingsgolven is echter dat stakingen ‘besmettelijk’ zijn, dat wil zeggen dat een staking aanstekelijk werkt voor werknemers in andere bedrijven en sectoren. Deze laatste verklaring heeft in de wetenschappelijke literatuur echter nauwelijks aandacht gekregen.

Besmetting tussen sectoren?

Wij onderzochten of  stakingen elkaar inderdaad opvolgen – ongeacht conjuncturele veranderingen en aflopende collectieve arbeidsovereenkomsten. Meer specifiek onderzochten we in hoeverre stakingen overspringen van de ene naar de andere sector. En als dit inderdaad het geval is, tussen welke sectoren deze “besmettingen” dan het meest plaatsvindt ? Het idee achter deze besmettingshypothese is dat stakingen nieuwe stakingen uitlokken wanneer werknemers leren van de omstandigheden en strategieën van andere werknemers. Een voorbeeld van zo’n leer-effect zijn de acties die het academisch personeel aan de VU in Amsterdam voerden tegen bezuinigingsmaatregelen. Deze acties waren geïnspireerd door eerdere stakingen binnen de schoonmaak-industrie. In een vakbondstijdschrift stelde een van de actieleiders op de universiteit  dat  zij een hoop geleerd hadden van de manieren waarop schoonmakers eerder, onder andere in de gebouwen van de VU, actievoerden. In dit voorbeeld is er duidelijk sprake van leren door fysieke nabijheid. Maar deze nabijheid is geen noodzakelijke voorwaarde voor besmetting.

downloadWij verwachtten dat stakingen het vaakst overspringen tussen sectoren die qua werknemers vergelijkbaar zijn: tussen sectoren met veel werknemers met vergelijkbare vaardigheden. Toen in 2014 bijvoorbeeld medewerkers van Wal-Mart in de Verenigde Staten gingen staken, haalden zij hun inspiratie met betrekking tot zowel hun looneisen als hun actie-repertoire uit eerdere  stakingen onder fastfood medewerkers – mensen met vergelijkbaar werk. Naast dit leereffect verwachtten wij dat besmetting ook plaatsvindt tussen sectoren die voor het productieproces van elkaar afhankelijk zijn, wanneer ze gebruik maken van elkaars goederen en diensten, of wanneer zij concurreren om productiegoederen, zoals arbeid.  Zo resulteerde de stakingen van Wal-Mart medewerkers in de Verenigde Staten in een loonsverhoging. Dit veroorzaakte een “ripple effect”, waardoor er ook hogere lonen geëist werden in andere sectoren, zoals de zorg, de kinderopvang en de horeca. De besmetting loopt in deze voorbeelden via het aanpassingsmechanisme: door stakingen in de ene sector verandert het aanbod en de prijs van goederen en arbeid in andere sectoren.

Stakingen in Nederland: geen geïsoleerde gebeurtenissen

Voor het empirische onderzoek naar de vraag of stakingen elkaar opvolgen, en of ze zich verspreiden via het leer-mechanisme of het aanpassingsmechanisme, hebben we gegevens verzameld en geanalyseerd over stakingen in veertien Nederlandse sectoren. Dit resulteerde in een uitgebreid databestand over stakingen en economische statistieken voor de periode 1995 tot 2007. Deze gedetailleerde gegevens over de precieze data van stakingen, en over zo’n lange periode, zijn zeldzaam in het stakingsonderzoek. Om de timing van stakingen te analyseren voerden we een zogenaamde gebeurtenissenanalyse uit. Op die manier konden we kijken of stakingen in de ene sector, in de daaropvolgende volgende weken (of maanden) leidde tot nieuwe stakingen in andere sectoren, en onder welke omstandigheden dit vaker gebeurde.

Uit onze studie blijkt dat stakingen inderdaad geen geïsoleerde gebeurtenissen zijn. Stakingen in de ene sector vergroten de kans dat er in andere sectoren ook stakingen plaatsvinden. Stakingen bleken niet vaker over te slaan naar sectoren met vergelijkbare beroepen, zoals we volgens het leer-mechanisme hadden verwacht. Wel vonden we dat stakingen vaker overslaan naar sectoren waartussen werknemers veelvuldig van baan wisselen, wat duidt op de werking van het aanpassingsmechanisme. Deze resultaten versterken het vermoeden dat de besmettelijkheid van stakingen gevoed wordt door een sterke concurrentie tussen sectoren.

Nederland geldt daarbij als een bijzondere test-case. Vergeleken met omringende landen is het aantal stakingen in Nederland zeer laag. Het vaststellen van het opeenvolgen van stakingen in een land waar deze gebeurtenissen al relatief weinig plaatsvinden, doet vermoeden dat het besmettingsmechanisme in andere landen sterker zou kunnen zijn. Om dit zeker te weten zal onze studie in de toekomst moeten worden herhaald in landen met een hogere stakingsbereidheid.

—-

De studie “The Diffusion of Strikes: A Dyadic Analysis of Economic Sectors in the Netherlands, 1995-2007” van Giedo Jansen (Universiteit Twente), Roderick Sluiter (Vrije Universiteit Amsterdam) en Agnes Akkerman (Vrije Universiteit Amsterdam, Rijksuniversiteit Groningen) verschijnt naar verwachting in het Mei-nummer van American Journal of Sociology (vol. 121, no. 6).

 

Copyright 2016 | all rights reserved | gepubliceerd op: 04-04-2016